|
22e
Nederlandse Maltezer Bedevaart naar Lourdes
2001
Voor
de 22e keer ging de Afdeling met gasten (zieken/ gehandicapten) naar Lourdes;
ook nu vertrokken wij, onder gebeier der klokken, vrijdag 4 mei vanaf de
Trappistenabdij 'Koningshoeve' te Berkel Enschot/ Tilburg met twee bussen naar
Brussel/ Schaerbeek. Ter vermijding van eventueel oponthoud in verband met het
heersende MKZ-virus hebben twee motoragenten ons via binnenwegen tot de grens
begeleid, en met succes.
De reis, waaraan werd
deelgenomen door 40 gasten en 83 pelgrims, onder wie Mgr. Bär o.s.b., 2 medici,
14 verpleegkundigen, 18 eerstejaars en in totaal 20 leden van de Afdeling, stond
dit jaar voor het eerst onder leiding van onze nieuwe 'directeur'.
De trein vertrok uit
Brussel om 15:08 uur en arriveerde op 5 mei in Lourdes rond 07:00 uur; de eerste
twee dagen waren kil en nat, toch kon na de Hoogmis op zondag de traditionele
groepsfoto in de zon worden gemaakt.
Hieronder
verwoorden twee jonge helpsters hun ervaringen bij deze bedetocht opgedaan:
De Internationale
Maltezer ziekenbedevaart van dit jaar was wederom een groot succes. De
verwachtingen waren hoog gespannen, maar de gebeurtenissen hebben die nog
overtroffen. De gasten hebben ons het meest geraakt. Tijdens deze dagen zagen we
hen opleven en hield Maria hen bij de hand.
In Lourdes kan
iedereen met zijn eigen intenties en gedachten troost vinden bij Onze Lieve
Vrouwe. Haar nabijheid is zeker daar sterk te voelen, zoals een van de gasten
omschreef toen hij, al lopend door de grot, zei dat hij Haar warmte voelde
stralen. Hij was duidelijk door Maria gegrepen.
Elke minuut van de dag
was gevuld met bezigheden die ons geestelijk verdiepten: mooie diensten, zoals
de Pontificale Hoogmis in de Pius X, de internationale Latijnse Mis op de
prairie tegenover de grot en ook de indrukwekkende processies, zoals de
sacramentsprocessie en de lichtprocessie. Verder stonden nog op het programma
een gezellige middag in het dorp en een mooie film over het leven van Bernadette.
Wat ons persoonlijk heel sterk heeft aangegrepen was de Ziekenzalving. Zo'n
moment dat hemel en aarde elkaar even raken, deel je echt met de gasten. Dan
merk je ook dat deze dagen niet alleen voor de gasten heel bijzonder en
inspirerend zijn, maar ook voor de pelgrims. Er ontstaat een band in de groep.
Wij vormen een hechte eenheid en hebben elkaar nodig.
Voor de kleine dingen
die wij deden, was de dankbaarheid van de gasten zo groot dat wij daar nu, in
ons dagelijks leven, nog veel voldoening uit putten. Wij hebben ook veel geleerd
van onze dierbare gasten: ondanks pijn en tegenslag blijven geloven in de
wonderen van het leven.


De groep van pelgrims en gasten dit
jaar.
De dagen zijn voorbij
gevlogen, de herinneringen blijven. Zij hebben ons geestelijk verrijkt.
Toen wij terugkwamen
bij de Trappisten luiden wederom geruime tijd de klokken; iedereen die
ingedommeld was in de bus kwam weer tot de werkelijkheid terug: een blij
weerzien van familie en kennissen in de refter waar een ruime broodjeslunch werd
geserveerd. Hier verscheen ook Dom Korneel o.c.s.o., abt van de 'Koningshoeve',
die een document uit zijn archief toonde waarop staat:
"Het Kapittel van de
Nederlandsche Afdeeling der Souvereine Orde van Malta, gemachtigd bij Koninklijk
Besluit van 27 maart 1912, nr. 31, om in tijd van oorlog hulp te verleenen aan
gewonden en zieken, behorende tot de legers van oorlogsvoerende Mogendheden,
verklaart dat de Abdij 'Koningshoeve' te Tilburg behoort tot de organisatie der
Souvereine Orde van Malta, en mitsdien de bescherming geniet volgens het
Tractaat gesloten te Genève 6 juli 1906, goedgekeurd bij de wet van 25 mei 1908,
Staatblad no. 125".
namens het Kapittel
van de Nederlandse Afdeling der Souvereine Orde van Malta, getekend door de
Baljuw en de Kanselier. Ter toelichting hierop een citaat uit de in 1921
verschenen brochure van de hand van de Kanselier:
"Haar (SMOM-afdeling
Nederland) eerste werk op den dag van haar herstel was ook in het St. Antonius
Gasthuis aldaar (Utrecht) een vrijbed te stichten waarop voortdurend
onvermogende zieken op kosten van de Orde verpleging kunnen vinden. Ook in
Nederland zal de Orde blijven streven naar toepassing van de beginselen, die
door alle eeuwen heen onveranderd zijn gebleven en die haar den plicht opleggen
op de slagvelden de gewonden en in de hospitalen de kranken te verzorgen."
"In artikel 1 van
de Statuten der Nederlandse Balye staat dan ook vermeld, dat de Afdeeling zich
ten doel stelt de beoefening van christelijke liefdadigheid, met name door het
verplegen van zieken en gewonden, zowel in tijd van vrede als in tijd van
oorlog, benevens het in het leven roepen binnen het Koninkrijk en de
Nederlandsche Koloniën van ziekenhuizen en soortgelijke inrichtingen ……………. Tot
vervulling van haar oorlogstaak is de Orde overeenkomsten aangegaan met alle
religieuze Congregaties in Nederland, die zich, onder goedkeuring en op
verlangen van het Doorluchtig Episcopaat van Nederland, ter beschikking en onder
bescherming van de Orde gesteld hebben, waardoor Zij in staat is gesteld aan het
leger in tijd van oorlog een belangrijk deel der noodige verpleegkrachten te
verzekeren en tevens te handelen overeenkomstig het militair-beschermend
karakter der Orde, hetwelk van de oudste der tijden af een harer kenmerken is
geweest. Voorts heeft zij de groote Katholieke inrichtingen in ons land,
Retraitehuizen, Kloosters etc., die bij uitstek geschikt zijn om tot
noodziekeninrichtingen te worden ingericht, aan zich verbonden en voor dat doel
provinciale Maltezer-Commissarissen benoemd, onder een Maltezer-
Hoofdcommissaris. Een Hoofd-Inspecteur en Provinciale Inspecteurs geven de
technische voorlichting."
Uit een bundel blijkt
dat in elke provincie van Nederland een inventaris is opgesteld o.a. voor de
abdij 'Koningshoeve'.
|