|
Bezinning achtste Maltezer
Retraite te Maarssen 2006
Leiderschap in dienstbaarheid
Eerste van een aantal bezinningen op
één thema, naar aanleiding van de jaarlijkse retraite in Maarssen in
januari van dit jaar. Het eerste deel wordt geschreven door Steven
van Weede van Dijkveld en Pater Marc Lindeijer SJ.
Retraite: het klinkt zo gewichtig en
het is zo eenvoudig: elk dagdeel een korte inleiding, een blad met
teksten om in stilte een half uur over na te denken en te bidden, en
een uitwisseling. De laatste tekst was steeds genomen uit de
Maltezer belofte. Het eerste fragment: ‘Alvorens u de ridderslag te
geven vraag ik u: Weet ge wat van een lid van onze Orde wordt
verwacht?’
Een antwoord werd gezocht met behulp
van het boekje Leiderschap in dienstbaarheid (Lannoo, 2004),
geschreven door René Stockman, een religieus die in de
gezondheidszorg en binnen zijn Congregatie verschillende belangrijke
posten heeft bekleed en momenteel hun algemeen overste in Rome is.
Managementtechnieken en leiderschapstijl zijn niet hetzelfde, heeft
hij ontdekt. ‘Eigenlijk is het een gunst leiding te mogen geven aan
een groep. Leiding geven is veel meer dan een job: het is via het
leiderschap uitgenodigd worden je eigen idealen te beleven, ze voor
te leven en aldus te realiseren.’ Die idealen gedijen het beste op
een ondergrond van geestelijk leven. Eigenlijk zou je elke dag wat
tijd moeten nemen om je te bezinnen, om je eigen spiritualiteit te
ontwikkelen. Voor Stockman is het ‘de figuur van Christus die
richting geeft aan mijn denken en handelen en zo mijn manier van
leidinggeven bepaalt’.Het is naar Christus dat we moeten kijken.
‘Het paasfeest was op handen. Jezus,
die wist dat zijn uur gekomen was om uit deze wereld over te gaan
naar de Vader en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een
bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.’ Zo begint hoofdstuk 13
van het Johannes evangelie. En het vervolgt met de voetwassing van
de twaalf apostelen door Jezus. Hij ‘stond van tafel op, legde zijn
bovenkleren af, nam een linnen doek en omgordde zich daarmee. Daarop
goot Hij water in het wasbekken en begon de voeten van de leerlingen
te wassen en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen’.
Simon Petrus protesteert, maar Jezus antwoordt: ‘Als gij u niet door
Mij laat wassen, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn’. ‘Toen Hij dan
hun voeten had gewassen, zijn bovenkleren had aangetrokken en weer
aan tafel was gegaan, sprak Hij tot hen: “Begrijpt gij wat Ik u
gedaan heb”.’(Joh. 13, 1-12)
Drie vragen. Waar zit ik aan het
Laatste Avondmaal? Is dat in de hemel of nu al in de kerk? En
verder? Ten tweede: Heb ik mij ooit ‘de voeten laten wassen’?
Oftewel: Wie bewijzen mij hun liefde? Ten derde: ‘Begrijpt gij wat
Ik u gedaan heb?’En natuurlijk dat fragment uit de Maltezer belofte:
‘Alvorens u de ridderslag te geven, vraag ik u: Weet ge wat van een
lid van onze Orde wordt verwacht?’
De Maltezenretraite, opnieuw onder de
inspirerende leiding van pater Lindeijer, had deze keer als
onderwerp Leiderschap in dienstbaarheid”. Aan de hand van concrete,
soms confronterende vragen gingen wij na hoe onze verhouding tot God
en tot de naaste is geweest en is, en hoe we die in het vervolg
graag zien, en met wat voor instelling wij leiding geven.
De vraag Waar zit ik aan het laatste
Avondmaal? Is niet eenvoudig te beantwoorden. Ik wil in ieder geval
een toeschouwer zijn. Heb ik mij ooit de voeten laten wassen? Ja,
letterlijk, in de H. Mis van Witte Donderdag, wanneer de pastoor, na
de lezing van het evangelie, twaalf mannen de voeten wast, een
werkelijk prachtig ritueel. Maar ook in overdrachtelijke zin? Dan
gaat het erom dat je toelaat dat anderen je een dienst bewijzen en
dat je hen daarvoor dankt. Begrijpt gij wat ik U gedaan heb? Ik
vraag me af of we ooit de weldaden van de Heer genoeg zullen
herkennen en waarderen. Het kan hem zitten in de kleine dienst die
een ander aan ons bewijst, in een lovend of vermanend woord dat tot
ons wordt gericht, in de troost en de inzichten die we in het gebed
ontvangen, in de goede raad die we een ander kunnen geven en die de
H. Geest ons ingaf ( want soms merk je dat je niet zelf op die
gedachte was gekomen), in de vreugde je kind van God te weten. Weet
ge wat van een lid van de Orde wordt verwacht? De bij de ridde3rslag
gedane beloften worden zo mooi verwoord in het Maltezer gebed “… mij
te helpen trouw te blijven aan de tradities van onze Orde door de
Katholieke en Apostolische godsdienst metterdaad te belijden en te
verdedigen tegen de godsdienstloosheid alsook door het beoefenen van
de naastenliefde, in het bijzonder jegens armen en zieken”. Dat is
geen geringe opgave. Wij mogen dan ook juist het Maltezergebed
bidden om de genade te verkrijgen om als goede christenen te leven.
We kunnen dat doen door ons te verdiepen in de leer van de Kerk, de
H. Schrift te lezen, ons te laten stichten door het leven en het
voorbeeld van de heiligen, door het regelmatig ontvangen van de
sacramenten en door de kleine en grote nood in onze omgeving te zien
en te lenigen. Voor de Maltezer wordt het zo tot een tweede natuur
om degene die slecht ter been is een arm te geven, de bedroefde te
troosten, de zieke en de eenzame te bezoeken. Wie om wat voor reden
dan ook niet kan deelnemen aan de Activiteiten kan door het
gebed en door deze dienst aan de naaste de gedane belofte evengoed
gestand doen.
Leiderschap in dienstbaarheid (2)
Tweede bezinning op een thema, naar
aanleiding van de jaarlijkse retraite in Maarssen in januari van dit
jaar. Maurice de van der Schueren en pater Marc Lindeijer S.J.
schrijven.
Retraite: het klinkt zo gewichtig en
het is zo eenvoudig: elk dagdeel een korte inleiding, een blad met
teksten om in stilte een half uur over na te denken en te bidden, en
een uitwisseling. De laatste tekst was steeds genomen uit de
Maltezer belofte. Het tweede fragment: “Ik weet dat van mij als lid
van de Orde van Malta wordt verwacht dat ik zieken en gehandicapten,
weduwen en wezen, en allen die in nood zijn en hulp behoeven zal
dienen, bijstaan en beschermen.’
Een richting werd gezocht met behulp
van het boekje’ Leiderschap in dienstbaarheid’ (Lannoo, 2004),
geschreven door René Stockman, een religieus die in de
gezondheidszorg en binnen zijn Congregatie verschillende belangrijke
posten heeft bekleed en momenteel hun algemeen overste in Rome is.
 |
|
Boekje Leiderschap in dienstbaarheid |
Waar het allereerst om gaat, aldus
Stockman, is weten in wiens dienst ik sta, als ik me niet wil
verliezen in zaken. Immers, ‘iedere organisatie is werkzaam voor
mensen die ofwel producten zullen afnemen of diensten zullen
ontvangen. Een leider moet weten wie die personen zijn en of ze
voldoening vinden in de producten of diensten die aangeboden worden,
niet louter om economische redenen, maar uit eerlijkheid en respect
naar de mens toe.’
Drie dingen zijn daarbij van belang:
ontmoeting met degenen voor wie ik mijn werk doe en degenen met wie
ik samenwerk; luisteren, want wie niet luistert ontmoet niet; en
zorg voor kwaliteit, ‘We kunnen pas zinvol over de kwaliteit van het
leven spreken en van daaruit over de kwaliteit van de zorg en de
begeleiding, als we die reflectie laten starten bij de mensvisie.
Welke mens willen we promoveren, welke waarden dienen daartoe
bevorder te worden? ‘
In het eerste hoofdstuk van het Marcus
evangelie wordt in tien verzen het hele veld geschetst van degenen
in wier dienst Jezus staat, te beginnen met zijn leerlingen. Dan,
‘in de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of
bezeten waren bij Hem. Heel de stad stroomde voor de deur samen.
Velen die aan allerhande ziekten leden, genas Hij…’ Maar niet alleen
de mensen wil Hij dienen. ‘Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij
op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij
bleef bidden. ‘ en vanuit dat eenzame gebed gaat de hele wereld voor
Hem open: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de
omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe immers ben Ik
uitgegaan.’ (MC. 1, 29-30)
Drie vragen. Voor wie ben ik werkzaam?
En al doen wij het er niet om: Waar ondervind ik dankbaarheid? Waar
ziet men mij het liefste komen? Want waar wij graag gezien worden,
ziet God ons graag. Ten derde: Waar is mijn thuis? En natuurlijk dat
fragment uit Maltezer belofte: ‘Ik weet dat van mij als lid van de
Orde van Malta wordt verwacht dat ik zieken en gehandicapten,
weduwen en wezen, en allen die in nood zijn en hulp behoeven zal
dienen, bijstaan en beschermen.’
Voor wie ben ik werkzaam?
Uiteindelijk voor het Koninkrijk Gods.
Via barmhartige werken helpt men een medemens, natuurlijk, maar men
draagt zo ook een steentje bij aan dat Rijk van God. Maar hoe gaan
we dan dat doen? Jezus gaf ons het voorbeeld dat je het kwade het
beste met het goede kan vergelden. Dat is soms moeilijk, maar wel
het beste. Ik las laatst een boek genaamd ‘een levensregel voor
beginners’, geschreven door Wil Derkse (Lannoo, 2004). Het boek
handelt over de benedictijner spiritualiteit voor het dagelijkse
leven. Derkse beschrijft dat kleine werkzaamheden zoals het
herschikken van bloemen bij een vreemd graf of in een kerk, even een
propje oprapen als men naar huis loopt (daar staat toch immers de
prullenbak), een dag in de week per fiets naar het werk gaan en wat
vaker de trap nemen, een extra gebed voor iemand, et cetera, zeer
belangrijk werk is. Het zijn de kleine dingen die bouwstenen blijken
te zijn, op weg naar het goede. De slogan en levensregel “Een goede
wereld? Begin bij jezelf!” zit hier in. Niet denken dat een ander
dat wel zal doen. Dan ben je het kwade met kwaad aan het bestrijden.
Toen wij tijdens onze retraite in de conventkerk waren van de
zusters kannunikessen, zongen wij ook een psalmregel die direct
opviel: ‘De weggeworpen gebroken steen, blijkt voor de metselaar de
hoeksteen te zijn.’
 |
|
Een levensregel voor beginners |
Waar ondervind ik dankbaarheid? Waar
ziet men mij het liefste komen?
Als men luistert naar zijn medemens,
ondervindt men dankbaarheid. Tegenwoordig zijn er weinig mensen die
echt luisteren. Zeker op de werkvloer is dit te merken. Stockman
beschreef dit ook in zijn boek ‘Leiderschap in dienstbaarheid’. Want
wie niet luistert ontmoet niet. En kan vervolgens ook niet
dienstbaar zijn. In mijn praktijk, waarbij ik mij voornamelijk
bezighoud met individuele begeleiding van werknemers in bedrijven (a.s.
coaching trajecten), merk je dat men mij graag ziet komen. Bij
navraag komt dat alleen maar omdat ik écht luister naar de mensen,
relevant doorvraag, meer tijd voor ze neem. Door zo met mensen om te
gaan komt men te weten wie die persoon werkelijk is en waar deze
werknemer het beste ingezet ken worden om beter tot zijn of haar
recht te komen. Ondankbaarheid daarentegen ondervind ik zelf bij
bijvoorbeeld mijn huisarts. Hij kijkt op zijn scherm en leest het
een en ander op. Als ik de persoon ben van het scherm vraagt hij wat
en voert dit direct in zijn computer. Zonder zich met mij bezig te
houden. Via een telefonische verbinding heeft hij contact met de
apotheek waar ik het recept kan ophalen en de volgende patiënt wordt
via een drukbelletje opgeroepen (wat tegelijk het teken is dat je
zijn kamer dient te verlaten). Oprecht luisteren en minder zappen is
nodig om geen wees in deze wereld te worden.
Waar is mijn thuis?
Deze wereld. Edoch. Als de kerk de
leuning van de levenstrap is, is mijn thuis de eucharistieviering.
Het is het verhaal van de zaaier waar ik aan denk. Soms valt het
zaaigoed op de rotsen, soms op vruchtbare grond. Die vruchtbare
grond is de kerk. Daar kan het zaaigoed ontspringen en opgroeien tot
iets wat Go€d is. Daarnaast is mijn echte thuis mijn ouderlijk huis.
Blij dat ik dat nog heb. Daar ben ik geboren en getogen en is alles
praktisch onveranderd gebleven. Meubels, geluiden, geuren,
huishoudelijke systematiek, buren. Zo loop ik een beetje terug in de
tijd als ik er ben. Regelmatig ga is logeren met mijn dochtertje of
zoontje en slapen wij op mijn oude kamer. Als wij samen in onze
bedjes liggen vertel ik ze alles wat ik nog weet van vroeger ‘toen
ik nog klein was’. Heel leerzaam voor ze.
De Maltezer belofte.
‘Ik weet dat van mij als lid van de
Orde van Malta wordt verwacht dat ik zieken en gehandicapten,
weduwen en wezen, en allen die in nood zijn en hulp behoeven zal
dienen, bijstaan en beschermen”. Vanzelfsprekend. Zoals hierboven al
aangegeven is het hierbij belangrijk te luisteren en “beter op de
radar te kijken”om zo de mensen te vinden die geholpen kunnen
worden. Het zijn vaak de kleine dingen die het doen. Want als we
niet ‘benedictijns’ luisteren, vinden we ze niet en kunnen we niet
dienen, bijstaan en beschermen.
 |
|
Muntgeld van de Orde met daarop de Grootmeester
Bertie en aan de andere zijde Maria met kind. Waarde 10 Grani, uitgegeven in
2004 |
Leiderschap in dienstbaarheid (3)
Laatste bijdrage op dit thema. Pater
Marc Lindeijer S.J. en Jeroen van Lawick van Pabst schrijven.
Lang heb ik gedacht dat er leiders
waren, - de baas van de afdeling – en uitvoerders: in mijn geval,
hoogopgeleide specialisten in een onderzoeksomgeving.
De stelling “leiding geven als middel
om je idealen te beleven, deze voor te leven en te verwezenlijken”,
doorbreekt dit beeld. Daarmee wordt leiderschap relevant voor
iedereen.
Leiderschap in dienstbaarheid: groei
van mijn omgeving. Is er geen ontkomen aan? In drie maanden tijd
komt het leiderschapsthema uitdrukkelijk aan de Orde: in Maltezer
verband, in mijn werk en op de nationale leiderschapsdag bij De Baak
waar ik een sessie over dienend leiderschap bijwoonde:
authenticiteit, kwetsbaarheid, accepteren, aanwezig zijn (voor
anderen en in contact staan met de werkelijkheid), nuttig zijn?
Verantwoordelijkheid nemen.
De kernvraag waar het dan om draait:
In hoeverre draagt mijn gedrag bij aan groei van degenen die ik dien
en aan de ontwikkeling van mijn omgeving? Bron: Greenleaf centre
voor dienend leiderschap in Nederland).
Ik vind het inspirerend en hoopvol dat
het dienend leiderschap (weer?) in de seculiere omgeving opgang
doet.
In dit deel over leiderschap in
dienstbaarheid willen we ingaan op “opdracht, kracht en vergeving”.
Dienend leiderschap komt voort uit een roeping, een opdracht: “Wat
kom je hier doen op deze wereld?” Voor mij is dat: transparant zijn
voor God vanuit de mij gegeven liefde en talenten; anders gezegd “in
liefde levend, in waarheid scheppend”. De uitdaging: hoe overwin ik
mijn innerlijke barrières om dat te doen opdat mijn omgeving
werkelijk groeit?
Hoewel ik weet, dat God ons altijd
bijstaat met zijn genade-kracht blijkt het soms moeilijk om hierop
te vertrouwen en de moed te vinden jezelf los te laten (dat is:
transparant voor Gods bedoeling worden). Je zou kunnen zeggen:
verloochening van God is het niet volledig durven vertrouwen op God.
Kan ik vergeven? “Als we niet verlamd
willen raken moeten we kunnen vergeven: onszelf en elkaar”, schrijft
Stockman. Wij mogen fouten maken. Vergeving begint bij acceptatie.
Dat acceptatie een element van dit dienend leiderschap is, is voor
mij confronterend en tegelijkertijd verzachtend. Confronterend omdat
ik inzie dat acceptatie voor mij niet makkelijk is en hoe verlammend
het niet accepteren van fouten is. Verzachtend wanneer ik accepteer
en bemerk hoe ik rustig word en de leiding kan hernemen.
In onze zoektocht naar het wezen van
leiderschap in dienstbaarheid, sluiten we af met een fragment uit de
Maltezer belofte: “…dat ik geacht word de wetten en statuten trouw
te volgen in verbondenheid met (de leiding van) de Orde…” Hoewel ik
hecht aan trouw en structuur als bouwstenen van organisatie, is voor
mij de belangrijkste toetssteen mijn geweten: “het spreekuur in de
behandelkamer van God”: daarmee zijn wetten van mensen voor mij een
middel naar de vervolmaking in de liefde van God. |